Gli asparagi si abbinano perfettamente al pesce, per un secondo piatto leggero e gustoso. Potete usare anche gli asparagi bianchi, visto che è iniziata la stagione.
Ingredienti:
800 g di filetti di trota
400 g di asparagi già mondati e scottati in acqua bollente (3/5 minuti a seconda della grandezza)
1 cucchiaio di prezzemolo tritato
olio extravergine d’oliva, sale, pepe
1 peperone
2 pomodori
qb acqua, olio extra vergine di oliva, sale
Procedimento:
Tagliate 4 rettangoli di carta da forno, quindi disponete al centro di ognuno metà di un filetto di trota.
Distribuite sui filetti gli asparagi già tagliati a metà per il lungo.
Regolate di sale e poi condite con un filo di olio. Chiudete con l’altro mezzo filetto di pesce e infine regolate di pepe.
Aromatizzate il pesce con il prezzemolo tritato finemente. Chiudete quindi i cartocci e poneteli in forno a 180° per 20 minuti. Quando i filetti saranno ben cotti, sfornateli, poi aprite il cartoccio e servite.
300 gr. risotto rijst (carnaroli is de meest geschikte risottorijst)
50 gr. geraspte pecorino
250 gr. aardappels
1 kleine ui
1 paprika
2 tomaten
water, extra vergine olijfolie, zout
Bereiding:
Snij met een mandoline (slicer) de aardappels dun en zet ze in water; snij er ook de ui, tomaten en de paprika mee.
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Verdeel de groenten in laagjes in een ovenschaal in deze volgorde: ui, aardappel, tomaat, aardappel, rijst, tomaat en paprika. Voeg na elke laag een beetje olie en een snufje zout toe. Eindig met enkel een laag aardappels en doe de pecorino en de olie erop.
Vul de schaal voor driekwart met water en bak ongeveer 60 minuten in de oven.
Tagliare con una mandolina le patate sottili e lasciarle in acqua, tagliare le cipolle, i pomodori e il peperone.
Preriscaldare il forno a 180°C.
Distribuite le verdure a strati in una pirofila e condite ogni strato con un filo di olio, un pizzico di sale. In ordine: cipolla, patata, pomodoro, patata, riso, pomodoro e peperone. Per ogni strato aggiungere un filo d’olio e un pizzico di sale. Concludere con l’ultimo strato di sole patate, aggiungendo in cima il formaggio Pecorino e l’olio.
Coprire d’acqua fino a tre quarti, cuocere in forno per circa 60 minuti.
Zet een pannetje
met melk, water, boter en een snufje zout en baksoda op het vuur. Breng het aan
de kook. Neem de pan van het vuur en voeg meel en de suiker samen toe.
Roer stevig zodat
zich geen klontjes vormen. Zet het terug op een laag vuur en ga door met het
roeren totdat het mengsel loskomt van de pan. Doe het in een kom en laat het
afkoelen.
Schenk
ondertussen de frituurolie in een pan en breng het op temperatuur.
Voeg de eieren
toe aan het mengsel en kneedt het tot een stevig deeg. Doe, als de olie goed
heet is, met behulp van twee lepels telkens een klein bolletje deeg in de
kokende olie.
Maak zoveel
beignets als je kunt, haal ze uit de pan met een schuimspaan en laat ze
uitlekken op keukenpapier.
Maak nu de crème
door in een kom de suiker, de ricotta en de dooiers te mengen. Klop in een
andere kom het eiwit stijf met een snufje zout. Voeg beide delen voorzichtig
samen om zo een onweerstaanbare crème te krijgen.
Mettete sul fuoco un pentolino con tutto il latte, l’acqua, il burro, un pizzico di sale e di bicarbonato. Portate a bollore. Togliete la pentola dal fuoco e versateci dentro la farina e lo zucchero assieme.
Mescolate energicamente per evitare che si formino grumi. Rimettete sul fuoco e, con la fiamma al minimo, continuate a mescolare fino a quando il composto non si sarà staccato dalle pareti. Trasferitelo in una ciotola e lasciatelo intiepidire. Nel frattempo versate l’olio per friggere in una padella adeguata e portatelo a temperatura.
Versate nell’impasto le uova e mescolate fino ad ottenere una pastella densa. Quando l’olio sarà ben caldo, prelevate poca pastella alla volta con un cucchiaio e, aiutandovi con un altro cucchiaio, versate una pallina di pastella nell’olio bollente. Fate quante più frittelle potete e, non appena saranno gonfie e dorate, prelevatele con una schiumarola e fatele asciugare sulla carta da cucina.
Realizzate ora la crema mescolando in una ciotola lo zucchero, la ricotta e i tuorli. In un’altra montate a neve gli albumi con un pizzico di sale. Unite dolcemente i due composti e otterrete così una crema golosa.
Typisch gerecht uit de keuken van de Valtellina. De pizzoccheri hebben een zeer oude geschiedenis; de eerste literaire verwijzing gaat terug naar 1548. De naam lijkt afkomstig te zijn van de stam “pit” of “piz”, met de betekenis van stukje of zelfs nog van het woord “pinzare” in de betekenis van pletten, refererend aan de geplette vorm van de pasta. Pizzoccheri is een typisch gerecht uit de arme keuken, gemaakt met weinig basisingrediënten, die handig gecombineerd tot een smaakvol resultaat leiden en zeer gewaardeerd worden, ook door fijnproevers. Het is korte tagliatelle van boekweitmeel en wit meel en wordt met de hand getrokken tot niet te dunne bladen, gekookt en goed op smaak gebracht met kaas en boter uit de Valtellina, het liefst Alpenboter. Men voegt ook groenten toe uit de traditionele keuken zoals spinazie, aardappelen en savooiekool (die vervangen kunnen worden al naar gelang het seizoen door snijbiet of bonen). Het boekweitmeel is een pseudograan afkomstig uit China, dat veel voorkomt in Noord-Europa. In Italië vindt je het vooral in de Alpenvalleien, in het bijzonder in de Valtellina. Het graan draagt bij aan het welzijn van het hart en de bloedsomloop, darmflora, zenuwstelsel, immuunsysteem en het hormoonsysteem. Het wordt gebruikt in de keuken sinds de 14e eeuw samen met andere granen zoals gierst, gerst, trosgierst en haver.
Ingredienten
Pasta
100 gr boekweitmeel
200 gr witte meel
110 gr water
6 gr olijfolie extra vergine
6 gr grappa
5 gr zout
4 gr bitter cacaopoeder
Saus
40 gr boter
1 savooiekool (300 gr)
1 aardappel
150 gr casera of bittokaas (of een belegen koekaas)
geraspte parmezaanse kaas
zout
2 tenen knoflook
4/5 blaadjes salie
Bereiding
Meng, op een deegplank, het meel en de cacao en voeg daarna water, grappa, zout en olie toe. Kneed het deeg met je handen of met de mixer 10 minuten, tot het zacht is.
Rol het deeg dun uit met een deegrol of gebruik de pastamachine. Snij het daarna in rechthoeken van ongeveer 1×5 cm.
Snij de kaas in blokjes en houd ze apart.
Zet het water op in een grote pan, voeg nu de kool en de aardappels toe en na vijf minuten de pizzoccheri, die samen nog vijf minuten moeten koken. Let erop dat de pasta al dente moet zijn.
Giet de pizzoccheri en de groenten af en doe ze in een ovenschaal, bestrooi met de Parmezaanse kaas en doe er de kaasblokjes bij, meng het geheel.
Laat ondertussen de boter op een laag vuur smelten samen met de gepelde knoflook en de salie. Als de boter gekleurd is verwijder je de knoflook en voeg je de botersaus toe aan de pizzoccheri.
Piatto simbolo della cucina valtellinese. I pizzoccheri hanno una storia molto antica, la prima citazione letteraria risale al 1548. Il nome sembra derivare dalla radice “pit” o “piz” col significato di pezzetto o ancora dalla parola pinzare col significato di schiacciare, in riferimento alla forma schiacciata della pasta. I Pizzoccheri sono una ricetta tipica della cucina povera, creata con pochi ingredienti di base che sapientemente combinati danno un risultato gustoso e molto apprezzato anche dai palati più fini. Sono tagliatelle corte di grano saraceno e farina bianca lavorate a mano, tirate a sfoglia non troppo sottile, bollite e ben condite con formaggio valtellinese e burro, meglio se d’alpeggio. Si aggiungono alcune verdure, quelle un tempo disponibili come vallate, patate e verze (che possono essere sostituite, a secondo delle stagioni, con coste o fagiolini). Il grano saraceno è uno pseudocereale originario della Cina che si è diffuso in Europa del nord. In Italia si trova maggiormente nelle vallate alpine, in particolare in Valtellina. Il suo consumo contribuisce al benessere del cuore e dell’apparato circolatorio, intestino, sistema nervoso, immunitario ed ormonale. Fu usato nella cucina già dal secolo XIV assieme ad altri cereali come miglio, orzo, panico, avena.
Ingredienti (4 porzioni):
PASTA – 100 gr farina di grano saraceno – 200 gr farina bianca – 110 gr acqua – 6 gr oli extra vergine di oliva – 6 gr grappa – 5 gr sale – 4 gr cacao amaro in polvere
CONDIMENTO – 40 gr burro – 1 verza (300 gr) – 1 patata – 150 gr formaggio Casera or Bitto (o un formaggio di mucca a media stagionatura) – Parmigiano Reggiano grattuggiato – sale – 2 spicchi aglio – 4/5 foglie di salvia
Procedimento:
Mescolare le farine e il cacao su una spianatoia, poi aggiungere acqua, grappa, sale e olio: lavorare l’impasto con le mani o con un mixer per 10 minuti, fino a che non diventa morbido.
Stendere l’impasta sottile usando un mattarello o con l’aiuto della macchina della pasta, poi tagliatelo in rettangoli (circa 1 cm per 5 cm).
Tagliare il formaggio a cubetti e tenerlo da parte.
Mettere a bollire l’acqua in una grande pentola, poi aggiungere la verza e le patate, dopo 5 minuti i pizzoccheri che devono cuocere assieme per 5 minuti, facendo attenzione che rimangano al dente.
Con una schiumarola scolare i pizzoccheri e le verdure e metterli in una teglia, spolverare con il Parmigiano Reggiano e aggiungere il formaggio a cubetti, mescolando il tutto.
Nel frattempo far sciogliere il burro su una fiamma bassissima assieme agli spicchi d’aglio sbucciati e la salvia. Quando è colorito togliere l’aglio ed aggiungerlo ai pizzoccheri.
Dit is één van die zoetigheden, die zich werkelijk voor elke gelegenheid leent: eenvoudig maar door iedereen gewaardeerd! De kruimeldeegtaart met jam is inderdaad heerlijk ’s middags bij de thee, als ontbijt en bij spontane trek in iets zoets op zondagmiddag. En het is in een oogopslag gemaakt!
Ingrediënten:
300 gr. bloem
150 gr. suiker
Een snufje zout
2 eieren
150 gr. boter
1/2 zakje gist
1/2 pot jam, liefst huisgemaakt
Bereiding:
Meng alle ingrediënten op de jam na en bekleed een ingevette taartvorm met het verkregen deeg; houd een deel apart voor de strookjes. Smeer de jam uit over het deeg en garneer daarop de strookjes in ruitvorm. Bak 15 minuten in een voorverwarmde oven op 220 graden.
Ecco uno di quei dolci adatto davvero a tutte occasioni, semplice ma sempre apprezzato da tutti! La crostata di marmellata infatti accompagna perfettamente la merenda al pomeriggio, la colazione e la voglia di dolce improvvisa la domenica pomeriggio. E si prepara questo dolce in un batter d’occhio!
Ingredienti:
300 gr. di farina fine
150 gr. di zucchero
un pizzico di sale
2 uova
150 gr. di burro
1/2 bustina di lievito
1/2 confezione di marmellata, preferibilmente fatta in casa
Preparazione:
Mischiare tutti gli ingredienti tranne la marmellata e stendere l’impasto ottenuto in una teglia imburrata; tenere una parte per fare le strisciette. Spalmare la marmellata sull’impasto e sopra mettere le strisciette per decorazione. Cuocere nel forno prescaldato a 220 gradi per 15 minuti.
Kaas en honing, een verfijnde en onweerstaanbare combinatie die het geheim van het succes van een oud recept uit Sardinië onthult: ‘Seadas’ (gefrituurde kaaspasteitjes), gemaakt van een opgevouwen deegvel met een zacht en heerlijk hart van kaas. Een vulling die eer doet aan de typische smaken van het eiland, met zijn verse pecorino met zurige smaak, wat zeer goed samengaat met de schil van citroen, hetgeen net die frisse smaak geeft die dit zoete gerecht kenmerkt. Dit recept is bekend in heel Sardinië en neemt her en der andere namen aan: ‘sevada, sabada, casgiulata, seada, sebada, seatta’. Een verscheidenheid aan namen die waarschijnlijk allemaal een afgeleide van het woord ‘seu’ zijn, wat in het Sardijns dierlijk vet betekent, dat vandaag de dag nog steeds in deze overheerlijke snacks gebruikt wordt. Volgens de traditie smaakt ‘seadas’ het beste warm, met de lokale kastanjehoning, een typische honing donker van kleur en bitter van smaak. De mix van zoet en zout maakt ‘seadas’ een ervaring aan unieke aroma’s, geuren en smaken.
Ingrediënten:
Voor het deeg:
500 gram durumtarwemeel
3 eetlepels reuzel of 3 eetlepels extravergine olijfolie
1 kopje lauwwarm water
1 snufje zout
Voor de vulling:
400 gr. verse kaas ( pecorino primo sale*)
20 gr. semola ( fijn gemalen griesmeel van harde tarwe)
2 theelepels geraspte citroenschil
100 ml water
extra vergine olijfolie om te bakken
zout
kastanjehoning of aardbeiboomhoning (is bitter)
Bereiding:
Meng in een kom de bloem en de reuzel met een beetje water tot een zacht glad deeg. Laat 30 minuten afgedekt rusten.
Doe het water en de in kleine stukjes gesneden kaas in een pan en zet dit op het vuur. Voeg de geraspte citroenschil toe en een snufje zout. Meng dit op laag vuur.
Wanneer de kaas helemaal gesmolten is, voeg dan de griesmeel toe en blijf roeren tot al het water opgenomen is.
Doe de gesmolten kaas in een ovenschaal, goed uitsmeren en af laten koelen.
Snij als het afgekoeld is met een deegsnijder de kaas in vele schijven van 6-7 cm. (Als je de vulling ‘ sa mandrona’ wilt bereiden, rasp dan de kaas en voeg hem toe aan de citroen. Plaats vervolgens een lepel vulling in het midden van de schijf en ga verder zoals beschreven in het recept)
Pak het deeg en rol het dun uit tot circa 3 mm en snij de schijven van ongeveer 10-12 cm.
Leg op iedere schijf een klein schijfje kaas en maak deze dicht met een andere deegschijf; druk de randen goed aan en snij het overtollige deeg weg met de deegsnijder of met een mal met golfrand.
In een pan voldoende olie verwarmen en de seadas frituren; schenk olie bij met een lepel op het deel dat onbedekt blijft.
Laat ze uitlekken op keukenpapier en serveer ze warm met honing of kristalsuiker.
Tip
ze kunnen in de vriezer bewaard worden en meteen diepgevroren worden gefrituurd
* Wanneer je geen pecorino sale sardo kunt krijgen, vervang deze dan door een
smakelijke verse kaas.
.