Vignarola Romana

Om de maand Mei te vieren is er geen schotel iconischer, eenvoudiger en frisser dan de Vignarola romana. Het is een ode aan de lente, die de eerste producten uit de moestuin samenvoegt in één pan: artisjokken, doperwten en tuinbonen.

Ingrediënten (voor 2 personen)

  • 2 artisjokken, (schoongemaakt en gesneden in partjes)
  • 150 gram verse doperwten (al gedopt)
  • 150 gram verse tuinbonen (al gedopt)
  • 1 verse lente-ui
  • 50 gram guanciale of pancetta (optioneel, voor de vegetarische versie gewoon weglaten)
  • 2-3 bladen romana sla gesneden in reepjes
  • verse munt (of kattenkruid) naar smaak
  • Extra vierge olijfolie, zout en peper

Bereiding

In een ruime pan de fijngesneden lente-ui samen met de in reepjes gesneden quanciale fruiten in een beetje olie.

De artisjokken en een pollepel warm water toevoegen. Met deksel op de pan ongeveer 5-7 minuten laten koken.

De doperwten en de tuinbonen toevoegen, op smaak brengen met zout en peper en nog eens 10 minuten laten koken. Als het te droog wordt, nog een beetje water toevoegen.

De finishing touch: aan het einde van de kooktijd de sla en blaadjes munt toevoegen. Eén minuutje mengen, zodat de sla net niet verlept.

Lauwwarm serveren met plakken zelfgebakken geroosterd brood. Het is een perfect geschikt als rijk bijgerecht of als saus voor een korte pasta.

Vignarola Romana

Per celebrare il mese di maggio, non c’è piatto più iconico, semplice e fresco della Vignarola romana. È un inno alla primavera che riunisce in un’unica padella le primizie dell’orto: carciofi, piselli e fave. 

Ingredienti (per 2 persone):

  • 2 carciofi (puliti e tagliati a spicchi)
  • 150g di piselli freschi (già sgranati)
  • 150g di fave fresche (già sgranate)
  • 1 cipollotto fresco
  • 50g di guanciale o pancetta (opzionale, per la versione vegetariana ometti pure)
  • 2-3 foglie di lattuga romana tagliate a striscioline
  • menta fresca (o mentuccia) q.b.
  • olio EVO, sale e pepe 

Preparazione:

In una padella capiente, far rosolare il cipollotto finemente affettato con un giro d’olio, insieme al guanciale a striscioline.

Aggiungere i carciofi e un mestolo d’acqua calda. Coprire e cuocere per 5-7 minuti circa.

Aggiungere i piselli e le fave. Salare, pepare e continuare la cottura per altri 10 minuti con il coperchio. Se si asciuga troppo, aggiungere un altro goccio d’acqua.

Il tocco finale: A fine cottura, aggiungere la lattuga e le foglie di menta. Mescolare per un minuto finchéé la lattuga non appassisce appena. 

Servirla tiepida con fette di pane casereccio tostato. È perfetta come contorno ricco o come condimento per una pasta corta.

Pasta met asperges

Ingrediënten voor 4 personen:

  • 320 gram pasta
  • 700 gram verse asperges
  • 1 sjalot (gesnipperd)
  • Parmigiano Reggiano
  • extra vierde olijfolie
  • peper, zout en tijm

Bereiding:

Maak de asperges schoon. Verwijder de harde delen en snij de stelen in dunne ringen. Houdt de topjes heel.

Fruit de sjalot bruin met wat olie in een koekenpan. Voeg alleen de aspergeringen toe en bak ze met de deksel op de pan circa 5 minuten. Kook intussen de pasta en voeg een pollepel kookvocht van de pasta toe, om de asperges wat zachter te maken.

Voeg de aspergetopjes toe in de koekenpan en bak ze 2 à 3 minuten mee, om ze stevig en helder van kleur te houden.

Giet de pasta al dente af en meng deze direct met de saus. Voeg naar smaak de geraspte Parmigiano toe, totdat het romig wordt.

Variaties:

Romig met citroen

Maal de helft van de gekookte asperges fijn met het sap en de schil van een citroen, voor een frisse, citrus smaak.

Met guanciale (varkenswangspekjes)

Bak de guanciale krokant samen met de asperges voor een meer uitgesproken en hartige smaak.

Pasta agli asparagi

Ingredienti (per 4 persone):
 

  • 320 g di pasta
  • 700 g di asparagi freschi
  • 1 scalogno
  • Parmigiano Reggiano
  • Olio EVO 
  • Sale, pepe e timo

Preparazione:

Pulizia – Rimuovere la parte dura dei gambi e tagliare i restanti a rondelle sottili, tenendo le punte intere.

Soffritto – In una padella, rosolare lo scalogno con l’olio. Aggiungere solo i gambi a rondelle e cuocere con il coperchio per circa 5 minuti, aggiungendo un mestolo d’acqua della pasta per ammorbidirli.

Cottura Punte – Unire le punte in padella per 2-3 minuti di cottura, per mantenerle sode e di un colore brillante.

Mantecatura – Scolare la pasta al dente direttamente nel condimento. Aggiungere a piacere il Parmigiano grattugiato finché non risulti cremoso.

Varianti:

Cremosa al limone
Frullare metà dei gambi cotti con il succo e la scorza di limone per un tocco agrumato e fresco.

Con guanciale 
Rosolare il guanciale croccante insieme agli asparagi per un sapore più deciso e sapido.

Kaas- en eierballetjes

Recept voor 4 personen

Ingrediënten:

  • Oud brood: 200 g (alleen het zachte binnenste van het brood of geweekt brood)
  • Geraspte pecorino uit de Abruzzen: 150 g
  • Eieren: 3-4 middelgrote 
  • Knoflook: een teentje
  • Peterselie: naar smaak
  • Melk: naar smaak (om het brood te weken, optioneel)
  • Tomatensaus: 500 ml
  • Olie om te frituren
  • Zout en peper naar smaak

Bereidingswijze:

Verwijder de korst van het oude brood, week het zachte binnenste van het brood in melk of water en knijp het daarna goed uit. Doe het uitgeknepen brood, de geraspte pecorino, de eieren, de gehakte peterselie, de fijn gehakte knoflook, het zout en de peper in een kom. Meng het goed, zodat je een stevig beslag krijgt.

Maak de gehaktballen: rol met je handen gehaktballetjes van 3-4 cm doorsnee (iets groter dan een walnoot). 

Verhit royaal olie in een pan en frituur de balletjes, totdat ze aan alle kanten goudbruin zijn. Laat ze uitlekken op keukenpapier.

Maak een eenvoudige tomatensaus: bak de knoflook in de olie kort aan in een grote steelpan, voeg dan de passata toe en laat het 10 minuten sudderen.

Tot slot: dompel de gefrituurde balletjes in de saus en laat ze 10-15 minuten op zacht vuur op smaak komen, totdat de saus indikt en de balletjes zacht worden.

Pallotte Cacio e Ova

Una delle ricette tipiche abruzzesi più facili, gustose e rappresentative della tradizione povera.

Ricetta per 4 persone

Ingredienti:
 

  • Pane raffermo: 200 g (solo mollica o pane intero ammollato)
  • Pecorino abruzzese grattugiato: 150 g
  • Uova: 3-4 medie
  • Aglio: 1 spicchio
  • Prezzemolo: q.b.
  • Latte: q.b. (per ammollare il pane, opzionale)
  • Salsa di pomodoro: 500 ml
  • Olio per friggere
  • Sale e Pepe q.b.


Preparazione:

Togliere la crosta al pane raffermo e ammollare la mollica nel latte o nell’acqua, poi strizzarla benissimo. In una ciotola, unite il pane strizzato, il pecorino grattugiato, le uova, il prezzemolo tritato, lo spicchio d’aglio tritato fine, il sale e il pepe. Mescolare bene fino a ottenere un impasto sodo.

Formare le polpette: Con le mani, formare delle palline di circa 3-4 cm di diametro (leggermente più grandi di una noce).

Scaldare abbondante olio in una padella e friggere le palline finché non saranno ben dorate su tutti i lati. Scolarle su carta assorbente.

Preparare un sugo di pomodoro semplice soffriggendo leggermente l’aglio e l’olio in una casseruola larga, quindi aggiungere la passata e far cuocere per 10 minuti.

Finalizzare: Immergete le pallotte fritte nel sugo e lasciatele insaporire a fuoco dolce per circa 10-15 minuti, finché il sugo non si restringe e le pallotte diventano morbide

Napolitaanse Migliaccio

Dit is een taart van griesmeel en ricotta voor de carnaval uit de streek Campania, smeuig en naar citrusvruchten geurend, vaak overschaduwd door de beroemdere Chiacchiere-koekjes.

Ingredienten (voor een vorm van 24 cm doorsnede)

Voor het deeg:

  • 500 ml volle melk
  • 500 ml water (of wederom melk, voor een romigere smaak)
  • 200 gr griesmeel
  • 50 gr boter
  • een snufje zout
  • schil van 1 sinaasappel en 1 citroen

Voor de vulling:

  • 350 gr goed uitgelekte ricotta van koemelk
  • 250 gr suiker
  • 4 grote eieren
  • 1 staafje verse vanille of vanille-extract

Optioneel voor extra aroma:

  • een lepeltje limoncello of millefiori.

Bereiding:

Verwarm in een pannetje de melk met het water, de boter, het zout en de schil van de citrusvruchten (heel, om later te verwijderen). Zodra het bijna kookt, voeg de griesmeel er langzaam bij onder voortdurend roeren met een garde om klontjes te voorkomen. Kook het 2-3 minuten, totdat het dikker wordt; dan laat je het afkoelen in een kom.

In een brede kom klop je de eieren met de suiker stevig op tot een lichtgele massa ontstaat. Voeg de ricotta en de vanille toe en roer het goed.

Voeg de mengsels samen: roer de inmiddels lauwe griesmeel bij het mengsel van eieren en ricotta en klop met de elektrische garde-mixer tot een perfect glad en homogeen geheel. Giet alles in een ingevette en bebloemde taartvorm (of bekleed met bakpapier). Bak in een heteluchtoven op 180 °C ongeveer 50-60 minuten. Het oppervlak moet goudbruin zijn en de typische donkere scheurtjes vertonen.

Migliaccio napoletano

È una torta di semolino e ricotta tipica della Campania per il periodo carnevalesco, umida e profumata agli agrumi, spesso eclissata dalle più famose chiacchiere.

Ingredienti (per uno stampo da 24 cm) 

Per il semolino:

  • 500 ml di latte intero
  • 500 ml di acqua (o tutto latte per più cremosità)
  • 200 g di semolino
  • 50 g di burro
  • un pizzico di sale
  • scorza di 1 arancia e 1 limone

Per la crema:

  • 350 g di ricotta vaccina ben sgocciolata
  • 250 g di zucchero
  • 4 uova grandi
  • 1 bustina di vanillina o estratto di vaniglia

Aromi extra (opzionali):

  • un cucchiaio di limoncello o millefiori 

Preparazione
In un pentolino, scaldare il latte con l’acqua, il burro, il sale e le scorze degli agrumi (intere, da rimuovere dopo). Appena sfiora il bollore, versare il semolino a pioggia mescolando energicamente con una frusta per evitare grumi. Cuocere per 2-3 minuti finché non si addensa, poi lasciare intiepidire in una ciotola.
In una ciotola ampia, montare le uova con lo zucchero finché non diventano chiare. Aggiungere la ricotta e la vaniglia, mescolando bene.
Unire i composti: aggiungere il semolino ormai tiepido al composto di uova e ricotta e montare con le fruste elettriche per rendere l’impasto perfettamente liscio e omogeneo.
Versare il tutto in una tortiera imburrata e infarinata (o foderata con carta da forno). Cuocere in forno statico a 180 °C per circa 50-60 minuti. La superficie deve risultare ben dorata e presentare le tipiche crepe scure. 

Monnikentaart

De Monnikentaart is een authentiek dessert met een eeuwenoude oorsprong: een eenvoudig recept dat naar verluidt rond 1300 is ontstaan in het klooster van Santa Chiara, vlakbij Siena. Het is een variant van ricotta-taart zonder bloem. In dit geval wordt amandelmeel gebruikt, wat de taart een intensere smaak geeft.
De nonnen bereidden eenvoudige desserts met bescheiden maar voedzame ingrediënten, die ze vaak buiten verkochten om het klooster te onderhouden. Na verloop van tijd werd het een traditioneel dessert in de volkskeuken, vooral in Midden-Italië.

Ingrediënten

  • 3 eieren
  • 200 gram suiker
  • 300 gram goed uitgelekte ricotta van koemelk
  • 200 gram amandelmeel
  • geraspte citroen- of sinaasappelschil
  • poedersuiker naar smaak

Bereiding
Klop de eieren met de suiker tot een lichtgeel mengsel. Roer de uitgelekte ricotta en de citroenschil erdoor. Voeg de bloem toe.
Giet het beslag in een ingevette en met bloem bestrooide taartvorm. Bak in een voorverwarmde oven op 170-180 graden gedurende 40 à 45 minuten. Laat afkoelen en bestrooi met poedersuiker.
Het wordt vanzelf een zachte en vochtige taart, net als in de meest eenvoudige versie van de nonnen.

Torta delle Monache

La torta delle monache è un dolce genuino dalle origini antiche: una ricetta semplice che si dice fosse già preparata intorno al 1300 nel convento di Santa Chiara, vicino a Siena. Si tratta di una variante della torta di ricotta senza farina: in questo caso è presente la farina di mandorle, che le conferisce un sapore più intenso.

Le monache preparavano dolci semplici con ingredienti poveri ma nutrienti, spesso da vendere all’esterno per sostenere il convento. È diventata, col tempo, un dolce tradizionale della cucina popolare, soprattutto nel Centro Italia.

Ingredienti
•    3 uova
•    200 g zucchero
•    300 g ricotta vaccina ben scolata
•    200 g farina di mandorle
•    scorza grattugiata di limone o arancia
•    zucchero a velo q.b.

Preparazione
Monta le uova con lo zucchero fino a renderle chiare. Incorpora la ricotta setacciata e la scorza di agrumi. Aggiungi la farina.

Versa in una tortiera imburrata e infarinata. Cuoci in forno statico a 170–180°C per 40–45 minuti. Lascia raffreddare e spolvera con zucchero a velo.

Risulta soffice e umida naturalmente, come nella versione più semplice delle monache.