Cozze gratinate

  • Cozze (con la loro acqua) 500 g
  • Pangrattato 100 g
  • Grana Padano DOP grattugiato 1 cucchiaio
  • Aglio 1 spicchio
  • Scorza di limone 1
  • Prezzemolo (da tritare) 10 g
  • Olio extravergine d’oliva 30 g
  • Pepe nero q.b.

Scartare le cozze aperte e conservare solo quelle chiuse. Dopo averle sciacquate sotto l’acqua corrente eliminare il bisso, ovvero la barbetta che fuoriesce dalle valve, tirando verso l’esterno.

Aprire la cozza delicatamente inserendo un coltellino nel punto in cui si dividono e percorrendo tutto il perimetro di modo che, aprendole, il frutto rimanga integro e attaccato al guscio. Adagiarle su una teglia rivestita con carta forno e conservare la loro acqua.

Per l’impanatura in una ciotola versate il pangrattato, Grana Padano grattugiato, prezzemolo fresco tritato, la scorza del limone, uno spicchio di aglio schiacciato e una spolverata di pepe nero. Aggiungere 30 g di olio di oliva e 150 g di acqua delle cozze filtrata. Mescolare per ottenere un composto omogeneo.

Con un cucchiaio farcire le cozze con il composto e un filo di olio di oliva e cuocerle in forno 200° per 12 minuti nel ripiano alto e poi per altri 3 minuti alla massima potenza, in modalità grill.

Frittelle di fiori di sambuco

Un dolce povero della tradizione culinaria italiana. Venivano cucinate in moltissime famiglie nel periodo della fioritura del sambuco e servite all’ora di merenda. Un’usanza questa andata quasi dimenticata ma che oggi si sta riscoprendo, grazie ad una maggiore attenzione verso i fiori edibili. Un dolce gustoso e davvero facile da preparare.

Ingredienti

  • 16 fiori di sambuco
  • 150 gr di farina 1
  • 30 gr di zucchero di canna
  • 2 uova medie
  • 100 ml di acqua
  • 1 L di olio di semi di girasole
  • zucchero a velo q.b.

Recidere i fiori, sciacquarli bene sotto acqua corrente e porli a testa in giù su un canovaccio pulito. Nel frattempo preparare la pastella mescolando in una ciotola le uova con lo zucchero, a seguire unire anche la farina e l’acqua. Immergere i fiori a testa in giù nella pastella e a seguire friggerli (sempre a testa in giù) nell’olio bollente.

A cottura ultimata mettere le frittelle sulla carta da cucina per far assorbire l’eventuale olio in eccesso. Servire ancora calde spolverizzate con dello zucchero a velo.

Buon appetito!

Salade met burratina en aardbeien

Dit is het perfecte seizoen om in de keuken te durven experimenteren met heerlijk geurende en smaakvolle aardbeien, hier in een hartige, snel klaar te bereiden variant.

Ingrediënten (voor 4 personen):

  • 350 gr verse gemengde sla
  • muntblaadjes naar smaak
  • 100 gr aardbeien
  • 12 hele aardbeien
  • 4 burratina’s
  • 25 gr olijfolie extra vergine
  • 5/10 gr appelazijn
  • zout en peper naar smaak

Bereiding:

  • Was en droog de sla en de aardbeien goed
  • Snijd de 100 gr aardbeien in plakjes
  • Maal de helft van de aardbeien fijn met olijfolie, azijn en zout
  • Gebruik deze saus als dressing voor de sla
  • Voeg de Burratina’s toe, op smaak gebracht met peper en zout
  • Garneer de salade met de in plakjes gesneden aardbeien

Smakelijk eten!

Burratina e fragole

Questa è la stagione perfetta per osare in cucina con le fragole, che sono profumatissime e saporite con una variante salata molto gustosa, velocissima da preparare.


Ingredienti (ricetta per 4)

  • 350 gr insalata mista fresca
  • qb foglie di menta
  • 100 gr fragole
  • 12 fragole intere
  • 4 burratine
  • 25 gr olio extravergine di oliva
  • 5/10 gr aceto di mele
  • qb sale e pepe

Procedimento

  • Lavare bene e asciugare le fragole e l’insalata
  • Tagliare le fragole a fettine
  • Metà delle fragole frullarle con olio, aceto di mele e sale
  • Usare la salsa per condire l’insalata, aggiungere la burratina, condire con sale e pepe e decorare con le fragole a fettine

Buon appetito!

“Carne di Rifiuano” recept

Het recept van deze maand komt uit Alto Adige. De chef Christian Pelcher van het “Vitalpina Hotel Waldhof” van Rablà laat ons kennismaken met zijn ” Carne di Rifiano”. Laat je niet misleiden door de naam; in het dorpje Rifiano, in het Passiriadal, worden bieten zo wel genoemd en het gaat hier dan ook om een zalig vegetarisch recept.

Ingrediënten voor 4 personen:

  • 500 gram gekookte en geschilde bietjes
  • 3 geklopte, gezouten eieren
  • 100 gram bloem
  • 200 gram paneermeel
  • frituurolie
  • gemengde sla en wilde kruiden
  • 6 kerstomaatjes
  • azijn en olijfolie, zout

Bereiding:

Was de bietjes, snij ze in plakken van ongeveer een cm. dikte en laat ze drogen op een doek. Haal de plakken door de bloem, vervolgens door het ei en paneer ze tot slot.

Breng de olie op een temperatuur van 170°C, bak de plakjes biet ongeveer één minuut aan elke kant en leg ze op absorberend papier om de overtollige olie op te deppen.

Opdienen:

Snij de verschillende slasoorten in middelgrote stukken, breng ze naar wens op smaak en schik ze op een bord. Snij de tomaatjes en voeg ze toe aan de sla, leg de plakjes biet erop en serveer het terwijl de bietjes nog warm zijn.

La ricetta della “carne di Rifiano” 

La ricetta di questo mese arriva dall’Alto Adige. Lo chef Christian Pichler del Vitalpina Hotel Waldhof di Rablà ci presenta la sua “carne di Rifiano”. Non lasciatevi trarre in inganno dal nome… nel paesino di Rifiano, in Val Passiria, la barbabietola è chiamata popolarmente così: infatti si tratta di un delizioso piatto vegetariano.

Ingredienti per 4 persone 

  • 500 gr barbabietole cotte e spellate
  • 3 uova sbattute e salate
  • 100 gr farina
  • 200 gr pangrattato
  • olio di semi per frittura
  • insalata mista ed erbe selvatiche
  • 6 pomodori ciliegino
  • aceto e olio d’oliva, sale

Preparazione

Lavate le barbabietole, tagliatele a fette di circa 1 cm di spessore e fatele asciugare su un panno. Passate le fette nella farina, quindi nell’uovo sbattuto e infine impanatele.

Portate l’olio a 170 gradi, fate friggere le fette di barbabietola per circa un minuto per lato e quindi mettetele su carta assorbente per tamponare l’olio in eccesso.

Presentazione

Tagliate in pezzi di media grandezza i diversi tipi di insalata, conditeli a piacimento e disponeteli in un piatto. Tagliate i pomodorini e aggiungeteli, quindi adagiate sopra le fette di barbabietola impanate e servitele ancora calde.

Matzamurru

Matzamurru of mazzamurru is een traditioneel Sardijns recept uit de arme keuken, eenvoudig te bereiden met simpele ingrediënten en lekker in alle jaargetijden. Een manier om op een smakelijke en eenvoudige wijze oud broodoverschot van gisteren te hergebruiken in een echt smakelijk recept.

Ingrediënten

  • 500 gr oud brood
  • Tomatensaus zoveel als nodig
  • 50 gr geraspte Sardijnse pecorino [of andere geraspte kaas]
  • 1 mozzarella of een andere dradentrekkende kaas [optioneel]

Bereiding

Snijd het brood in sneetjes en bak het bij 160° 5 tot 10 minuten om het oppervlak te roosteren.

Smeer een ovenschaal met een beetje olie in. Bedek de bodem met de sneetjes brood, zodat deze bedekt is. Beleg met de tomatensaus, stukjes mozzarella en de geraspte pecorino. Gaar hiermee door in laagjes, totdat de ovenschaal vol is. Zet het ongeveer 30 minuten in de oven op 180°.

Serveer het warm en draderig.

Il matzamurru

Il matzamurru o mazzamurru è una ricetta sarda della tradizione povera, che si prepara con ingredienti semplici e che può essere gustato in tutte le stagioni. Rappresenta un modo gustoso e originale per riciclare il pane raffermo avanzato dai giorni prima, trasformandolo in una ricetta davvero golosa.

Ingredienti

  • 500 g pane raffermo
  • q.b. salsa al pomodoro brodosa
  • 50 g di pecorino sardo grattugiato (o altro grattugiato a scelta)
  • 1 mozzarella o formaggio filante (opzionale)  

Procedimento

Tagliare il pane a fette e passarle in forno a 160° per 5 o 10 minuti, in modo da tostare la superficie senza abbrustolirlo troppo.

Ungere una pirofila con un goccio d’olio. Adagiare le fette di pane sulla pirofila in modo da coprire il fondo. Condire il pane con salsa al pomodoro, mozzarella a pezzetti e pecorino grattugiato, proseguendo per strati, fino a raggiungere la superficie della pirofila. Infornare a 180° in forno statico per circa 30 minuti.

Da servire caldo e filante.

Strangolapreti uit Trentino

Strangolapreti is een typisch pastagerecht uit Trentino dat geserveerd wordt met gesmolten boter en geraspte kaas. Ze worden zo genoemd omdat ze nogal plakkerig zijn en aan het gehemelte kunnen blijven plakken.

Ingrediënten

  • 1/2 liter melk
  • 500 gr verse spinazie
  • 400 gr oud brood
  • 2 eieren
  • 100 gr geraspte Parmezaanse kaas
  • 100 gr fijn tarwebloem (type 00)
  • nootmuskaat naar smaak
  • 80 gr boter
  • salieblaadjes
  • zout naar smaak

Bereiding

Snijd het oud brood zonder korst in blokjes, doe deze in een kom en laat circa 30 minuten weken in de melk. Roer af en toe om de melk volledig te laten absorberen. Was de spinazie goed en bak het circa 5 minuten aan in een pannetje. Laat de spinazie hierna afkoelen en knijp het vervolgens goed uit. Snijd het fijn met een mes en bak het opnieuw even in een koekenpan met een scheutje olie. Knijp het geweekte brood voorzichtig uit en hak het fijn met een mes.

Doe het brood, de spinazie, de eieren, de geraspte Parmezaanse kaas, een snufje zout en nootmuskaat bij elkaar in een kom. Roer alles door elkaar tot een homogene massa. Voeg het bloem toe om een compact geheel te verkrijgen en doe dit in een spuitzak.

Breng een ruime hoeveelheid gezouten water aan de kook en spuit direct vanuit de spuitzak stukjes deeg van elk circa 3cm in het water om de pasta te koken. Wanneer de Strangolapreti naar boven komen drijven, laat je ze nog een paar minuten koken. Smelt in de tussentijd de boter met enkele salieblaadjes. Haal met een schuimspaan voorzichtig de gnocchi uit het water en leg ze in de gesmolten boter. Meng de pasta met de saus door de pan rond te draaien zonder te roeren, om te voorkomen dat ze breken.

Serveer de Strangolapreti met Parmezaanse kaas. Eet smakelijk!

Strangolapreti alla trentina

Gli strangolapreti sono un primo piatto tipico del Trentino che si gusta con un condimento di burro fuso e formaggio grattugiato. Si chiamano in questo modo perché risultano piuttosto appiccicosi e tendono ad appiccicarsi al palate.

Ingredienti

  • 1/2 litro di latte
  • 500 gr spinaci freschi
  • 400 gr pane raffermo
  • 2 uova
  • 100 g di formaggio grana grattugiato
  • 100 g di farina 00
  • noce moscata qb
  • 80 g di burro
  • foglie di salvia
  • sale qb

Preparazione

Tagliare il pane raffermo privato della crosta a cubetti, raccoglierlo in una ciotola e farlo ammorbidire con il latte circa 30 minuti. Mescolare di tanto in tanto per farlo assorbire completamente. Lavare accuratamente gli spinaci e scottarli in una pentola per circa 5 minuti. Farli intiepidire e strizzarli molto bene. Tritarli al coltello e ripassarli in padella, con un filo di olio. Strizzare accuratamente il pane ammollato e sminuzzarlo con un coltello. 

Raccogliete in una ciotola il pane, gli spinaci, le uova, il formaggio grana grattugiato, un pizzico di sale e una spolverata di noce moscata. Mescolare ed amalgamare. Unire la farina per ottenere un composto compatto, che va poi trasferito dentro una sac à poche.

Far bollire abbondante acqua salata e cuocere gli strangolapreti facendo scendere pezzetti di impasto di circa 3 cm ciascuno direttamente dalla sac à poche. Da quando vengono a galla farli cuocere ancora per un paio di minuti. Nel frattempo fate sciogliere il burro con qualche foglia di salvia. Con un mestolo forato togliere delicatamente gli gnocchi e metterli nel burro fuso: vanno conditi facendo roteare il tegame e senza mescolarli, per evitarne la rottura.

Impiattare, spolverare con il grana e buon appetito!